Regelmatig bereiken ons vragen over de essentaksterfte en de gevolgen voor ons bos. Hoe zit het nou precies??

Essentaksterfte wordt veroorzaakt door een uit Azië afkomstige schimmel met de naam Hymenoscyphus fraxineus, het vals essenvlieskelkje. Deze invasieve exoot is nauw verwant aan het inheemse Essenvlieskelkje (Hymenoscyphus albidus), een schimmelsoort die op afgevallen bladstelen van de es leeft. Het vals essenvlieskelkje infecteert de bomen via het blad. De schimmel groeit via de bladsteel de twijgen in waar ook de bast en het cambium worden aangetast. Dit leidt tot verstoring van de sapstroom wat zichtbaar wordt door verdord blad in de kroon van de boom en afsterving van twijgen, takken en zelfs delen van de kroon. Kenmerkend zijn ook de langgerekte afgestorven plekken in de bast rondom de aanzet van geïnfecteerde twijgen en de karakteristieke bruinverkleuring van afgestorven twijgen.

Er zijn gelukkig essensoorten die minder gevoelig zijn voor de ziekte en daarom adviseren onderzoekers van Wageningen Universiteit terughoudendheid bij het kappen en snoeien van essen die zijn aangetast door essentaksterfte. Je kan dan even aanzien hoe de ziekte zich ontwikkeld. Vooral oudere bomen kunnen vaak nog meerdere jaren overleven als ze zijn aangetast, en soms zelfs deels weer herstellen. Als een zieke es geen direct gevaar oplevert, is het daarom vaak beter om de boom met rust te laten en af te wachten of hij in staat is uitbreiding van de ziekte zelf te stoppen. De afgestorven takken van zieke essen zullen echter vroeg of laat naar beneden vallen, wat gevaar op kan leveren voor wandelaars en andere passanten. Ook zullen er meestal steeds meer takken afsterven zodat het verwijderen van dood hout dweilen met de kraan open is. Om die reden worden zieke essen naast paden en wegen bij een boomveiligheidscontrole meestal toch aangemerkt om te kappen.

In ons bos staan er vooral veel essen langs de Zwarte Ryth, bij de Hertenweide, in het bosje tussen het fietspad en de waterlossing en langs de Toutenburgsingel. Verder nog enkele langs het fietspad. Deze gewone/inheemse es (Fraxinus excelsior) is helaas erg gevoelig voor de ziekte. De sterk verzwakte essen waarvan takken of de gehele stam op paden kunnen vallen zijn bij de recent uitgevoerde boomveiligheidscontrole aangemerkt voor de rooilijst. Bij de rondjes door het bos met de bomengroep en de Bosgroep heeft het bestuur besloten om ongeveer 150 van deze essen te laten vellen. Er zijn ongeveer drie exemplaren gevonden die niet of nauwelijks door de ziekte zijn aangetast. Of deze echt voldoende resistent zijn om de ziekte te weerstaan moet nog blijken...

Onderzoek

In Nederland wordt al enkele jaren onderzoek gedaan naar essentaksterfte. Men probeert onder andere om uit een groot aantal weinig vatbare bomen een resistente variant van de inheemse es te kweken. In de zomer van 2017 is er daarom een oproep gedaan om nog gezonde essen in zwaar aangetaste gebieden te melden op essentaksterfte.nu. Materiaal van die essen wordt gebruikt om deze bomen te vermeerderen en om te onderzoeken waarom die nauwelijks last hebben van de schimmel. Zo zijn al 74 essen die mogelijk resistent zijn tegen essentaksterfte vermeerderd voor nader onderzoek.

Wij hebben de nog gezonde bomen in ons bos aangemeld voor het onderzoek naar de essentaksterfte. Uiteindelijk wil men op basis van 200 weinig vatbare bomen een resistente variant van de inheemse es kweken met een hoge genetische diversiteit. Wij hopen dat één van onze essen daar bij kan zitten. In ons bos zullen heel veel essen gekapt worden, maar zou het niet mooi zijn als genen uit ons bos kunnen helpen om de soort te redden?!

Nuttige info over de stand van zaken rondom de ontwikkeling en bestrijding van de essentaksterfte is te vinden op